Claesz Generatie V

Va. CORNELIS BERCH ged. N.G. Amsterdam Amstelkerk 24-02-1685 (get. Magdalena le Febure en Abraham Bergh), poorter van Amsterdam 27-06-1709, koopman (1709), boekhouder der W.I.C. (1715), koopman (firma C. Berch & Zoonen), raad van Curaçao (1720), † tussen 30-03-1748 en 08-08-1752, tr. Curaçao 24-04-1714 ANNA MARIA BENNEBROEK geb. verm. Curaçao 21-03-1692, † Curaçao 28-07-1736, dr. van Jacob Pietersz Bennebroek, koopman, schipper der W.I.C., zeekapitein en Anne Bruyn [Curaçao].

Bij de brandschatting van Cassard (1713) werd Cornelis Berch aangeslagen voor 140 pesos. Zij komen voor op de naamlijst der gereformeerde lidmaten van 1730 op Curaçao en wonen dan in de Breestraat.

Uit dit huwelijk:

  1. CORNELIS BERCH geb. Curaçao 22-12-1717 volgt VI..
  2. ANNA MARIA BERCH geb. Curaçao 02-12-1719
  3. ANNA BERCH geb. Curaçao 21-10-1721 volgt VI..
  4. JACOB BENNEBROEK BERCH geb. Curaçao 16-12-1723 volgt VI..
  5. GERBRECHT BERCH ged. N.G. Curaçao 23-07-1733 (get. Pieter Murison, jus loco Jan Vermeulen en Magdalena Berch, jus loco Maria Martha Martin) volgt VI..
  6. SARAH ELIZABETH BERCH geb. Curaçao 26-02-1736, † jong

Vb. ASIA BERCH ged. N.G. Amsterdam Zuiderkerk 08-03-1690 (get. Abraham Bergh en Anna Margarieta Kramer), koopman, poorter van Amsterdam 27-06-1709, begr. Amsterdam Nieuwe Kerk (graf nr. D 340) 05-04-1770, otr. Amsterdam 08-08-1726 (bg. geadsisteert met Jacobus van Nuijs en woont aan de Leidsegracht, br. geadsisteert met Rachel Schelkens, haar zuster en woont aan de Egelantiersgracht), tr. Sloterdijk (op betoog van Amsterdam voor de raad aan de Drie Baarsies getrouwd) 25-08-1726 HELENA SCHELLEKENS (SCHELKENS) ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 08-06-1695 (get. Jacobus van Nuys en Helena Dau), eigenares huis noordzijde Rozengracht (1725) en samen met zuster Rachel van een huis Prinsengracht bij de Leidsekruisstraat (1724), begr. Amsterdam, Nieuwe Kerk (graf nr. D 340) 18-09-1778, dr. van Gaspar Schellekens, koopman en Maria van Nuijs [Amsterdam].

Uit dit huwelijk:

  1. JAN JACOB BERCH ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 03-10-1727 (get. Jacobus van Nuijs en Rachel Schelkens) begr. Amsterdam Nieuwe Kerk 25-09-1728 “kind van Asias Bergh, op de Roosegragt”
  2. MARIA BERCH ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 23-01-1733 (get. Jacobus van Nuijs en Rachel Schelkens)

Vc. ANNA MARGRIETHA BERCH ged. N.G. Amsterdam Zuiderkerk 28-12-1695 (get. Abraham Bergh en Anna Margarieta Kramer), begr. Naarden, Grote Kerk (op het koor) 07-12-1778, otr. Amsterdam 21-10-1724 (bg. geadsisteert Ds. Hermanus van Luijnen, zijn vader en woont in de Hoogstraat, br. ouders dood, geadsisteert met Asia Berch, haar broer en woont aan de Keizersgracht) MARINUS VAN LUIJNEN ged. N.G. Colijnsplaat 01-07-1708 (get. Maria Alida van Luijnen en Maria van Lith) zn. van Ds. Hermanus van Luijnen, predikant en Cornelia Geertruida Schellekens [……………].

Marinus’ grootvader Jurriaen van Luijnen (van Deluwijnen) was klerk van de stadssecretaris 1666, stadhouder, notaris, raad en schepen van ’s-Hertogenbosch. Zijn grootvader van moederkant was prof. mr. dr. Sebastianus Schellekens (Schelkens). Schellekens studeerde te Herborn en Heidelberg en werd in 1655 te Basel tot het licenciaat in de rechten (J.U.D.) bevorderd. Hij was advocaat te Spiers, hoogleraar in de rechten 1663, philosoof en rector, geb. Frankfurt a.d. Main 20-05-1634. In Ned. Patriciaat 1971 wordt zijn geboortedatum vermeld als 21-05-1635, † Franeker 15-05-1700. Poorter van ‘s-Hertogenbosch 03-08-1663, eed 04-09-1663, licentiaat in de rechten 1663, hoogleraar en rector in de rechten aan de illustre school te’s-Hertogenbosch 1663-1672, met attestestatie van Amsterdam naar Franeker 27-04-1678, hoogleraar en rector hogeschool van Franeker. Marinus’ overgrootvader was prof. Albertus Kyperus professor in de natuur- en geneeskunde te Breda en Leiden, geb. Koningsbergen ca. 1600, † (aan de pest) Leiden 19-09-1655. Kyperus studeerde in zijn vaderstad geneeskunde en natuurfilosofie, hij week uit naar Holland ten gevolge van de 30-jarige oorlog in Duitsland, hij promoveerde in 1640 op de dissertatie “De lue vener”. In 1643 mocht hij lessen geven in de natuurkunde, zijn lector was Jacobus Golius.

Vd. LUCRETIA BERCH ged. N.G. Amsterdam Amstelkerk 09-08-1699 (get. Isbrandt Kuyl, Petrus Johannes Cruijpenningh, Sussanna Bergh en Cornelia Bergh), met attestatie van Amsterdam van 10-04-1727 wordt Lucretia Berg lidmaat van de Nederduits Geref. Kerk Utrecht. Zij woont dan aan de Oudegracht te Utrecht (Utrechts Archief, Lidmaten N.G.G. 1651-1675 413, fo. 25, 62), otr. Utrecht 18-06-1726, tr. Amsterdam 06-07-1726 (bg. woont te Utrecht, zijn vader Johannes van Hiltrop niet present, maar consent is juist ingebracht, br. geadsisteert met Asia Berch, haar broer en woont aan de Keizersgracht) WILLEM VAN HILTROP ged. N.G. Utrecht Domkerk 01-12-1706, mr.-koperslager, koopman te Utrecht, zn. van Johannes van Hiltrop, mr.-koperslager, graveur en Margaretha van Benschop [Utrecht].

Uit dit huwelijk:

  1. JOHANNA MARGARETHA VAN HILTROP ged. N.G. Utrecht 07-07-1728 (op de Oudegracht bij de Besembrug)
  2. CORNELIS JACOBUS VAN HILTROP ged. N.G. Utrecht 11-04-1732 (op de Oudegracht bij de Besembrug)
  3. JOHANNES VAN HILTROP ged. N.G. Utrecht 26-11-1737 (aan de Besemsteeg) volgt VI..

Ve. CORNELIA BERCH ged. N.G. Amsterdam Amstelkerk 09-08-1699 (get. Isbrandt Kuyl, Petrus Johannes Cruijpenningh, Sussanna Bergh en Cornelia Bergh), † voor 17.., otr. Amsterdam (bg. geadsisteert met Eduard Daniëls en woont in de Kalverstraat, br. geadsisteert met Jacob van Nuijs en woont aan de Keizersgracht) 19-10-1725 PIERRE (PIETER) MURISON geb. (van Koningsbergen) 1689, koopman (firma Vasserot & Murison, ontbonden 1730), poorter van Amsterdam 28-03-1726, begr. Amsterdam Waalse Kerk (huurgraf) 10-07-1749, hij otr. 2de Amsterdam Waalse Kerk 19-10-1725 (bg. woont aan de Keizersgracht en br. woont aan de Prinsengracht) Charlotte Gaillard geb. (van Breda) 1710, dr. van Jean Gaillard en Jeanne (de) Durand en wed. van Hendrik Bodisco [Amsterdam].

Op 28-07-1730 diende Samuel Vasserot, koopman te Amsterdam, een rekest in (mandement in cas relief d’appel). Het betreft een bezwaar tegen het vonnis van schepenen van Amsterdam d.d. 28-06-1730, inzake een gezamelijke, reeds beëindigde onderneming met Murison waarbij bij de afwikkeling onenigheid is ontstaan over de wijze waarop afspraken zijn nagekomen. Beschikking van het hof Fiat mandament. Tegenpartij Pierre Murison te Amsterdam. Bron: NA 3.03.01.01, invnr. 3120, folio 50.
Uit het tweede huwelijk van Pierre Murison met Charlotte Gaillard werden twee kinderen geboren, nl. 1) Pierre geb. 27-06-1744, ged. W.H. Amsterdam Nieuwe Waalse Kerk 28-06-1744 (get. de vader, Jacob Hoffham Murison en Amelia Bodisco) en begr. Amsterdam Waalse Kerk 02-07-1744 en 2) Jeanne Petronelle geb. 30-09-1747, ged. W.H. Amsterdam Nieuwe Waalse Kerk 04-10-1747 (get. de vader en Anne Catherine Gaillard) Jan Entrop Muller bij wie zij zeven kinderen kreeg waaronder Mr. Nicolaas Arnoldus Entrop Muller en Johanna Charlotta Entrop Muller tr. Harman van de Poll.
Bij de begraafintekening van Pierre en van zijn zoontje Pierre wordt als woonadres de Keizersgracht bij /aan het Molepad genoemd en dat Pierre Sr. één onmondig kind nalaat.
Hendrik Bodisco ged. N.G. Amsterdam Amstelkerk 14-12-1687 (get. Cornelis Bergh en Maria Weyma), makelaar te Amsterdam, was zoon van Jacobus Bodisco, makelaar te Amsterdam en Rijckje van Strandt en volle neef van Maria Berch-Wijma [Zie IV..]. Op het huwelijk Bodisco-Gaillard werd in 1719 een lofdicht geschreven ‘Ter bruyloft van myn heer [..] Hendrik Bodisco en mejuffrouw Jacomina Gallard’.
Op 05-01-1701 werd ingeschreven als poorter van Amsterdam Jacob Murison, koopman van Koningsbergen. Jacob Murison, geb. (van Koningsbergen) 1673, otr. Amsterdam 19-01-1713 (bg. ouders dood, geadsisteert met Fredrick Inken en woont op de Singel en br. geadsisteert met haar vader Jurgen Hoffham en woont in de Warmoesstraat) Elisabeth Hoffham ged. N.G. Amsterdam Zuiderkerk 06-08-1690 (get. Poulus Stegman en Dorothea Lodge), dr. van Jurgen Hoffham, koopman in zijdelaken en Phyllis Lodge [Amsterdam]. Een familierelatie tussen Pierre en Jacob ligt voor de hand aangezien de naam uitzonderlijk is in Amsterdam en Jacob Hoffham Murison, zoon van Jacob optreedt als doopgetuige bij de doop van Pierres zoon Pierre.   
Op 13-11-1741 verklaarden Pieter Murison en Jacob Boreel, schepen van Amsterdam, als gemachtigden van de weduwe van Andries Pels en erfgename van Pieter Pels Andriesz., dat zij op 02-10-1741 verkocht hebben aan Guillaume Grou en Libault, kooplieden te Amsterdam het fregatschip ‘De Blaauwe Pot’ waarop schipper was Lodewijk Westervelt. Zij verklaarden voor notaris H. de Wolff de som van fl. 20.400,- te hebben ontvangen. Bron: Not. Archief Amsterdam 8957, 1126.
Op 06-08-1746 testeerde Johanna Elisabeth Tammee, wed. van notaris Adriaan Baars voor notaris Daniel van den Brink en benoemde Pieter Murison en Lucas Vergeel tot haar executeurs-testamentair. Zij legateerde onder andere aan Catharina de Ruyter, huisvrouw van David Mill, hoogleraar in de Godgeleerdheid, Heilige Oudheden en Oosterse Talen te Utrecht, een notenhouten porseleinkast, enig goud- en zilverwerk en andere kleinodiën en aan David Mill drie zilveren tafelkransen en een zilveren bestek van 12 vorken, messen en lepels. David Mill werd benoemd tot toeziend executeur-testamentair. Testatrice legateert aan de executeurs elk fl. 500,-. Bron: Not. Archief Amsterdam 10385, 1475.
Gezien het optreden als doopgetuigen en het waarnemen van zakelijke belangen en de herkomst van beide heren lijkt sprake te zijn van een (familie?)band tussen Prof. David Mill en Pierre Murison. David Mill, geb. Koningsbergen 13-04-1692, was hoogleraar Oosterse talen en theologie aan de Universiteit Utrecht. Hij overleed te Utrecht 22-05-1756. Hij was zoon van David Mill, koopman te Koningsbergen en Elisabeth Grimme, eerder wed. van Walker en stamde uit een Engelse familie die zich in Koningsbergen had gevestigd.

Uit dit huwelijk:

  1. kind MEURISON begr. Amsterdam Nieuwe Kerk 02-02-1728
  2. DAVID MEURISON ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 18-05-1730 (get. Prof. David Mill en mevrouw Catharina Mill geb. de Ruijter)

V.. SUSANNA ROCH ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 16-05-1685 (get. Jan Roch en Magdalena le Febure), begr. Amsterdam Zuiderkerk (graf letter M nr. 3) 19-04-1731, otr. Amsterdam 28-03-1709 (bg. geadsisteert met Jan van de Poll, zijn vader en woont op de Utrechtsestraat, br. geadsisteert met IJsbrandt Rogh, haar vader) JOANNES VAN DE POLL geb. Zwolle 1683, apotheker en inspecteur van het College Medici, poorter van Amsterdam 22-06-1709, begr. Amsterdam, Zuiderkerk (graf letter IJ nr. 11: 2:) 30-04-1751“lijk van onderen”, zn. van Jan van de Poll en …………….. [Amsterdam].

Bij de begraafintekeningen van Susanna en Joannes en hun jong overleden kinderen wordt als woonhuis de hoek Herengracht en Utrechtsestraat genoemd. Naar het schijnt zal Joannes van de Poll als apotheker zijn schoonvader Isbrandt Roch hebben opgevolgd in de apotheek op deze hoek. Het huis was genaamd ‘Het Schip De Parel’.  

Uit dit huwelijk:

  1. JAN VAN DE POLL ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 03-10-1710 (get. Jan van de Poll en Magdalena Roch), begr. Amsterdam Zuiderkerk 12-02-1711
  2. ISBRANT VAN DE POLL ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 03-01-1712 (get. Isbrant Roch en Maria Roch), begr. Amsterdam Zuiderkerk (graf letter D nr. 12) 13-09-1717
  3. JAN VAN DE POLL ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 12-11-1713 (get. Jan van de Poll en Magdalena Roch), begr. Amsterdam Zuiderkerk 27-08-1714
  4. ADRIAAN VAN DE POLL ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 31-03-1715 (get. Adriaan Scharff en Maria Roch)
  5. SUSANNA VAN DE POLL ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 24-10-1717 (get. Isbrant Roch en Magdalena Roch), begr. Amsterdam Zuiderkerk 29-07-1733
  6. ISBRANT VAN DE POLL ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 18-11-1718 (get. Isbrant Roch en Maria Roch), † jong
  7. JOHANNA HENDRINA VAN DE POLL ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 21-03-1723 (get. Jan van de Poll en Adriaan Fransen)
  8. ISBRANT VAN DE POLL ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 03-01-1712 (get. Isbrant Roch en Maria Roch) volgt VI..
  9. MARIA REGINA VAN DE POLL ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 29-08-1725 (get. Elisabeth van Schonevelt en Adolf Vosding), begr. Amsterdam Zuiderkerk (graf letter K nr. 10) 30-09-1727 “met een sleetje”
  10. JOHANNA ELISABETH VAN DE POLL ged. N.G. Amsterdam Amstelkerk 12-02-1728 (get. Daniël Plank Jr. en Elisabeth Scharff)

V.. MAGDALENA ROCH ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 17-08-1691 (get. Jan Holt en Dirkje Verwey) otr. Amsterdam 20-04-1714 (bg. geadsisteert met Aarnoud Vosding, zijn vader en woont op de Geldersekade, br. geadsisteert met IJsbrand Rogh, haar vader en woont op de Utrechtsestraat), tr. Amsterdam, Walekerk 06-05-1714 ADOLPH VOSDINGH geb. (van Ootmarsum) 1686, wijnkoper, poorter van Amsterdam 20-03-1715, begr. Amsterdam Oude Kerk (graf M K nr. 216) 02-03-1748 “Adolph Vosdingh van de Lastage bij Avond begraven komt voor ’t Ligt”, zn. van Aarnoud Vosding en …………………. [Amsterdam].

Bij de begraafintekeningen van Adolph, en zijn twee jong overleden kinderen wordt als woonadres de Leliegracht genoemd.

Uit dit huwelijk:

  1. AARNOUD VOSDINGH ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 10-09-1715 (get. IJsbrand Roch en Susanna Roch), begr. Amsterdam Westerkerk 19-09-1715
  2. SUSANNA MARIA VOSDINGH ged. N.G. Amsterdam Amstelkerk 18-03-1717 (get. Adriaan Scharff en Maria Roch) volgt VI..
  3. AARNOUT VOSDINGH ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 28-01-1720 (get. Johannes van der Poll en Susanna Roch), begr. Amsterdam Westerkerk (graf 257 N) 16-02-1720

V.. SEGER CRAB ged. N.G. ’s-Gravenhage Nieuwe Kerk 11-10-1665 (get. Johannes van der Meyden, Susanna la Febure en Magdalena Crab), koopman op Engeland, begr. Amsterdam Westerkerk (ZZ 40) 13-08-1727, otr. 1ste Amsterdam 11-04-1698 (bg van ’s-Gravenhage, koopman, oud 32 jr., woont op de Oudezijds Achterburgwal, geadsisteert met zijn moeder Emerentia Nuyts en br. van Amsterdam, oud 21 jr., woont op de Singel, geadsisteert met haar vader Harmen van Broyel) MARIA VAN BROYEL ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 29-08-1677 (get. Michiel Heyde en Meijntje Woutmans), begr. Amsterdam Westerkerk 31-03-1699, dr. van Harmen van Broyel en Anna Woutmans, otr. 2de Amsterdam 18-03-1701 (bg van ’s-Gravenhage, koopman, wednr. van Maria van Broyel, woont aan de Herengracht en br. van Amsterdam, 22 jr., woont aan de N: Keizersgracht, geadsisteert met haar moeder Tanne Blonkebijl) ANNA PETRONELLA CONSTANT ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 31-03-1679 (get. Jan …odt (?) en Maria Constandt), begr. Amsterdam Westerkerk (ZZ 40) 10-11-1741, dr. van Pieter Constant en Tanne Blonckebijl, zij otr. 2de Amsterdam 14-10-1729 (bg van Meppel, wednr. van Sara Bartius, woont op de Keizersgracht en br. van Amsterdam, wed. van Seger Krab, woont aan de Keizersgracht) Lucas Houwink geb. (van Meppel), wijnkoper, zn. van Albert Houwink, solliciteur, gecommitteerde van het derde Rot te Meppel, kerkvoogd en Roelofje van der Veen [Amsterdam].

Op 30-01-1740 gaf schoonzoon Abraham van Broyel als executeur van het testament van Anna Petronella Constant voor notaris D. van den Brink procuratie aan Alexander Sheafe te Londen om aldaar aan gegadigden te transporteren 1) £ 1201-11-09 Engelse Zuidzee annuities, 2) £ 500,- Engelse Zuidzee aandelen en 3) £ 440-12-06 Engelse Zuidzee aandelen, dit alles staande op naam van de weduwe. Bron: Not. Archief Amsterdam 10340, 125, 126 en 127.
Bij de begraafinschrijving van Maria wordt als woonadres genoemd de Herengracht. Bij de begraafintekeningen van Seger, zijn tweede echtgenote en zoon Pieter wordt de Keizersgracht genoemd. Zowel Seger als zijn zoon werden bij avond begraven. Op 06-12-1718 werd een niet met naam genoemd kind van Zeeger Krab begraven in de Oudezijds Kapel. Als woonadres van Seger wordt dan genoemd de Oudezijds Achterburgwal over de Munckestraat (?).

Uit het 2de huwelijk:

  1. SEGER CRAB N.G. Amsterdam Westerkerk 24-12-1701 (get. Emmerentia Nuyts en David Crab)
  2. PIETER CONSTANT CRAB ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 04-11-1703 (get. Willem van Os en Tanna Blonckebijle), begr. Amsterdam Westerkerk (ZZ 40) 01-11-1727
  3. ANNA EMERENTIA CRAB ged. N.G. Amsterdam Zuiderkerk 30-03-1706 (get. Emmerentia Nuyts en David Crab) volgt VI..
  4. CONSTANTIA CRAB ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 30-12-1711 (get. Peter Loquet en Constantia Constant)

V.. JOAN ANTHONY(SZ) DU CAM geb. (van Batavia) ca. 1690, treedt op 08-05-1713 als adelborst in dienst der V.O.C., vaandrig (1727), trad uit dienst in Oost-Indië in 1729 en vestigde zich aldaar als vrijburger (NA 1.04.02, inv 13901, folio 148), vermoedelijk dezelfde als Joan Anthony du Cam, wiens weduwe MARIA VAN REETS op 31-08-1767 haar testament opmaakte voor de weeskamer te Colombo, Ceylon (CBG archiefnr. VIBDNI014406). In dat testament noemde zij haar kleinzoon Joan Hermanus Du Cam. In 1753 was een J.H. Ducam klerk te te Colombo, Ceylon (Catalogue of the Archives of the Dutch Central Government of Coastal Ceylon, 1640-1796, inv nr. 2601). Oost-Indisch testamenten van J.H. Ducam uit 1765, 1775 en 1775. Bron: NA 1.04.02 inv. 6847 nr 154 en 196, inv. 6865 nr. 4574 [Batavia].

Uit dit huwelijk:

  1. JOAN HERMANUS DU CAM geb. Oost-Indië ca. 1725 volgt VI..

V.. ANDRIES DU CAM geb. (van Padang), trad op 22-06-1716 als assistent in dienst der V.O.C. (Kamer van Delft), † Oost-Indië kort voor of op 21-02-1728. Bron: NA 1.04.02, inv 13907, folio 2.

In zijn testament d.d. 03-07-1727 (NA 1.04.02 inv. 6884 nr. 8094, Oost-Indische testamenten) prelegateerde hij aan zijn nichtje Sara Elisabeth Dumee de som van 3000,- gulden, aan zijn broer Jan Ducam, alle juwelen, goud- en zilverwerken uit zijn boedel met uitzondering van datgene wat met testateurs geëmancipeerde slavinne Pani van Mandhaar besproken zal worden, aan Nicolaas Willem Krul, boekhouder der V.O.C. en Harmanus de Kom, burger te Batavia elk de som van 500,- gulden, aan de arme weeskinderen te Delft de som van 3000,- gulden, verder emancipeerde en ontsloeg testateur uit de slavernij zijn slavinne genaamd Pani van Mandhaar, ten einde op staande voet na testateurs dood haar absolute vrijheid, alsook die van andere gemanumitteerden te kunnen eisen, voor zover dit conform de daartoe opgestelde regulering geschied zoals vastgelegd in een plakkaat van de regering en legateerde haar bovendien de som van 3000,- gulden alsook juwelen en goudwerken die de testateur nog nader zal komen te specificeren, testateur verklaarde al zijn lijfeigenen, zowel slaven, slavinnen als kinderen vrijheid te verlenen bij zijn dood en hen elk de som van 50,- gulden te legateren, tenslotte benoemde testateur voor al het overige onroerende en roerende goed, gerechtigheden, goud- en zilverwerken enz. tot zijn enige en universele erfgenamen: zijn broer D’Ed. Jan du Cam, vaandrig, zijn zuster Anthonia du Cam, wed. van D’Ed. Jurriaan de Vogel, zaliger, Anna du Cam, huisvrouw van D’Ed. Casper Oenen, Juffr. Anna Geertruijda Clement, huisvrouw van D’Ed. Willem van der Voord, in ’t vaderland en Sara Elisabeth Dumee.

V.. ELISABETH DU CAM † voor 1727, tr. WILLEM DU MEE koopman der V.O.C. te Sumatra’s Westkust, † voor 1727

Uit dit huwelijk:

  1. SARA ELISABETH DU MEE

V.. ANTHONIA DU CAM tr. JURRIAAN DE VOGEL boekhouder der V.O.C., † voor 19-11-1721

Op 19-11-1721 gaf Anthonia du Cam, wed. van Jurriaen de Vogel in leven boekhouder der V.O.C. bij notariële akte te Utrecht procuratie aan Simon Callenberg te Nieuw Maarsenveen tot het ontvangen van soldij van Jurriaen de Vogel van de V.O.C.. Geconstitueerde was David van Santen, koopman te Amsterdam. In de acte wordt verwezen naar ene procuratie d.d. 05-11-1720 voor notaris J. Rykloff te Batavia. Bron: Utrechts Archief U146a003, inv.nr. 34-4, nr. 54-1.

V.. ANNA DU CAM tr. CASPAR OENEN vermoedelijk de luitenant (1712) genoemd in de “Instructie voor den luijtenant Caspar Oenen gaande met eenige manschappen in expeditie na Priaman de dato 29 Junij 1712 met het raport sijnen verrigtingen op den 5 Julij 1712”. Bron NA 1.04.02, inv. 8503 Sumatra 1, 63-84.

Uit dit huwelijk:

  1. BAREND ANTHONY OENEN

V.. JOHANNA MARIA VALCK ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 14-05-1692 (get. Hendrik Cramfer en Maria Cramfer), otr. Amsterdam 26-06-1719 (bg. van Kampen en daar wonende, oud 28 jr., ouders dood, geadsisteert met zijn neef Elias Bruinier en br. van Amsterdam, oud 27 jr., woont aan de Egelantiersgracht, geadsisteert met haar moeder Elisabeth Kranfer, acte verleend op 03-07-1719 om in de Waalse Kerk te trouwen) JOHANNES VAN BERCUM geb. (van Kampen) 1691, luitenant in het garnizoen [Breda].

Uit dit huwelijk:

  1. MARIA SUSANNE VAN BERCUM N.G. Breda Grote Kerk 03-11-1720 (get. Johannes Bruinier en Aleida van Berkum)
  2. NICOLAAS JAN VAN BERCUM N.G. Breda Grote Kerk 10-05-1722 (get. Bernhard Willem ter Borg en Susanna Cramfer), begr. Breda Kleine Kerk 27-04-1729 “twee maal geluid”
  3. NICOLAAS JOHAN VAN BERCUM N.G. Breda Grote Kerk 06-06-1729 (get. Johan Bruinier en Aleida van Berkum)
  4. ANNA GEERTRUIJD VAN BERCUM N.G. Breda Grote Kerk 06-05-1731 (get. Anna Geertruida van Berkum)
  5. ALIDA JOHANNA VAN BERCUM geb. (van Kampen) 1735 tr. HARMANUS NIEUWENHUIJS?

V.. MARIA ROGHÉ ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 17-07-1697 (get. Hendrick Cramfer en Susanna Cramfer), begr. Amsterdam Ooster Kerk 07-10-1763, otr. Amsterdam 31-08-1725 (bg. van Amsterdam, oud 27 jr., in de Reguliersdwarsstraat, geadsisteert met zijn nicht Johanna van den Have en br. van Amsterdam, oud 26 jr., woont aan de Singel, geadsisteert met haar vader Andries Roghé) JOAN (JAN) SMITS ged. Luth. Amsterdam 24-01-1698 (get. Jan Staverman en Anna Rottendorp), distillateur, poorter van Amsterdam 03-05-1726, zn. van Barnardus Smits, zoutmeter, van ‘s-Gravenhage en Geertruida Staverman [Amsterdam].

Bij de begraafintekening van Maria wordt als woonadres genoemd het Kattenburg, vooraan in de Achterstraat.
Op 28-06-1837 werd bij notariële akte te Utrecht door Jan Smits een obligatie t.w.v. 300,- ten laste van de provincie Utrecht overgedragen aan Rebecca Koers, wed. Albertus Hoogkerken. Gemachtigde daartoe van Jan Smits is Jacob de France, secretaris van Demmerik en Vinkeveen. Jan Smits en zijn zuster Elisabeth Smits zijn enige nagelaten kinderen van wijlen Barnardus Smits, zoutmeter te Amsterdam en mede-erfgenamen van Anna Theodora Smits, dochter van Anthony Smits, in leven secretaris van Demmerik en Vinkeveen en Geertruida Houtman, in leven echtelieden. Bron: Utrechts Archief U184a005, inv.nr. 34-4, nr. 152-2.

Uit dit huwelijk:

  1. BARNARDUS SMITS N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 14-08-1726 (get. Andries Roghé en Ida Cramfer) volgt VI..
  2. ANDRIES SMITS ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 08-10-1728 (get. Anderis Roghé en IJda Cramfer) volgt VI..
  3. NICOLAAS SMITS ged. N.G. Amsterdam Ooster Kerk 22-10-1730 (get. Nicolaas Bouman en Johanna Hoogendaal)
  4. IDA SMITS ged. N.G. Amsterdam Ooster Kerk 12-10-1732 (get. Anderis Roghé en Ida Cramfer) volgt VI..
  5. HENDRIK SMITS ged. N.G. Amsterdam Zuiderkerk 26-10-1735 (get. Andries Roghié en Hendrica Cornelia Linteloo
  6. HENDRIKA CORNELIA SMITS ged. N.G. Amsterdam Zuiderkerk 26-10-1735 (get. Andries Roghié en Hendrica Cornelia Linteloo) volgt VI..
  7. PIETERNELLA HARMINA SMITS ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 23-02-1738 (get. Harmanus van der Straate en Pieternella Heijman)

V.. ELSABÉ ROGHÉ ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 05-05-1699 (get. Nicolaas Kramfer en Geertruida Kolsier (?)), begr. Amsterdam Noorderkerk 10-04-1727, otr. Amsterdam 24-05-1726 (bg. van Zürich, oud 35 jr., in de St.-Jansstraat, geadsisteert met Roeland Jtom en br. van Amsterdam, 26 jr., woont aan de Singel, geadsisteert met haar vader Andries Roghé) COENRAAD DE JOOD geb. (van Zürich) 1691, distillateur, poorter van Amsterdam 06-12-1726, begr. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 04-01-1737, hij otr. 2de Amsterdam 14-07-1729 (bg. wednr. van Elsabé Roghé, woont in de Goudsbloemstraat en br. van Amsterdam, oud 32 jr., woont in de St.-Nicolaasstraat, geadsisteert met haar zwager Robertus Klempien) Catharina Linckenburgh ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 25-11-1695 (get. Maria Valkenrijk en Gerrit Kalf), dr. van Jan Linckenburgh en Anna de Haas [Amsterdam].

Bij de begraafintekening van Elsabé wordt als woonadres genoemd de Goudsbloemstraat, hoek eerste dwarsstraat. Bij Coenraad wordt genoemd de Singel “over de Latijnsche school ten huyse van Barend Witsen, bet: 39 in een commenij.”

V.. HENDRIK ROGHÉ ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 27-08-1710 (get. Hendrik Cramfer en Elisabeth Beeldsnijder), juwelier, koopman in juwelen, diamantslijper, poorter van Amsterdam 29-06-1734, begr. Amsterdam Zuiderkerk (KGC) 09-01-1773, otr. Amsterdam 22-10-1733 (bg. van Amsterdam, oud 24 jr., in de Zandstraat, geadsisteert met zijn vader Andries Roghé en br. van Oldenzaal, oud 25 jr., woont aan de Herengracht, ouders dood, geadsisteert met haar zwager Jacob van Wilick, acte verleend op 09-11-1733 om te Sloterdijk te trouwen) HENDRICA CORNELIA TE LINTELO geb. (van Oldenzaal) 1708

Bij de begraafintekening van Hendrik wordt als woonadres genoemd de Prinsengracht tussen de Leidse- en de Spiegelstraat en bij de inschrijving van zijn zoontje Hendrik de Prinsengracht tussen de Kruis- en de Spiegelstraat.

Uit dit huwelijk:

  1. ANDRIES JAN ROGHÉ ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 22-08-1734 (get. Andries Roghé en Ida Cramfer), vertrok op 23-10-1753 als sergeant in dienst van de V.O.C. met het schip Giessenburg naar Batavia, † Oost-Indië op of kort voor 17-02-1759
  2. HELENA ROGHÉ ged. N.G. Amsterdam Nieuwezijds Kapel 18-03-1736 (get. Coenraad Willem te Lintelo en Helena Hillekes) volgt VI..
  3. COENRAAD WILLEM ROGHÉ ged. N.G. Amsterdam Noorderkerk 30-10-1737 (get. Coenraad Willem te Lintelo en Johanna Roelofs), onder-commies der W.I.C. aan de Kust van Guinée (benoeming Amsterdam, 14-04-1766)
  4. ABRAHAM ROGHÉ ged. N.G. Amsterdam Nieuwezijds Kapel 05-07-1739 (get. Abraham Heeren en Johanna te Lintelo) volgt VI..
  5. HENDRIK ROGHÉ ged. N.G. Amsterdam Nieuwezijds Kapel 16-04-1741 (get. Abraham Heeren en Johanna te Lintelo), begr. Amsterdam Nieuwezijds Kapel 11-04-1742
  6. ANNA ROGHÉ ged. N.G. Amsterdam Oude Kerk 01-11-1744 (get. Abraham Heeren en Anna te Lintelo) volgt VI..
  7. GERRIT (GERARDUS) ROGHÉ geb. Amsterdam 29-09-1747, ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 01-10-1747 (get. Jan Smits en Maria Roghé) volgt VI..

V.. ELISABETH ROGHÉ ged. N.G. Amsterdam Nieuwe Kerk 02-08-1713 (get. Jacob Trom en Maria Cranfer), begr. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 21-01-1664, otr. Amsterdam 05-04-1737 (bg. van Amsterdam, oud 21 jr., woont in de Kerkstraat, geadsisteert met zijn vader Jochem Rondt en br. van Amsterdam, oud 23 jr., woont in de Leidsedwarsstraat, geadsisteert met haar vader Andries Roghé) WITTE RONDT ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 31-05-1716 (get. Robbert de Wiet en Cornelia de Wiet), kastenmaker, poorter van Amsterdam 08-02-1738, zn. van Jochem Rondt en Margrita Gijsburgh [Amsterdam].

Bij de begraafintekening van Elisabeth wordt als woonadres genoemd Oude Looierstraat “voorbij de dwarsstraat” en verder vermeld “5 kinderen”. Op 01-10-1747 werd een niet met naam genoemd kind begraven.

Uit dit huwelijk:

  1. MARGRITA RONDT ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 04-05-1738 (get. Jochem Rondt en Margrita Gijsburg)
  2. IDA RONDT ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 26-05-1740 (get. Eijda Kranfer en Andries Roghé) volgt VI..
  3. JAN RONDT ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 04-02-1745 (get. Jan Smits en Maria Roghé) volgt VI..
  4. CASPARUS RONDT ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 09-07-1747 (get. Cornelia van Dobberen en Casparus Rondt)
  5. HENDRIK ANDRIES RONDT ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 16-03-1749 (get. Hendrik Roghé en Ida Kramfer)
  6. JACOBUS RONDT ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 25-02-1753 (get. Hendrik Rondt Catherina Schreuder), begr. Amsterdam 08-03-1753 “Kinderlijken”
  7. ANDRIES RONDT ged. N.G. Amsterdam Westerkerk 31-05-1754 (get. Hendrik Roghé en Maria Roghé), scheepsjongen (1769), hooploper (1771) der V.O.C., † Oost-Indië kort voor of op 22-01-1772

© 2014 Stanley Marugg

De teksten en afbeeldingen op deze website zijn auteursrechtelijk beschermd. Wilt u informatie of afbeeldingen gebruiken? Dat kan met vermelding van de bron: Stanley Marugg, www.caribischegenealogie.org, [huidige jaartal].

Naar boven

Advertenties